Omschrijving
De Biblioteca Nazionale Marciana is een van de oudste openbare bibliotheken die nog bestaan. Het mooiste gebouw, de Libreria Sansoviniana, kijkt uit op de Piazzetta di San Marco, tegenover het Dogenpaleis, en werd tussen 1537 en 1588 gebouwd door Jacopo Sansovino.
De gevel met twee verdiepingen arcaden is het paradepaardje: Palladio noemde haar «misschien wel het rijkste en best versierde gebouw» sinds de oudheid. Voor velen is het Sansovino's meesterwerk en een van de geslaagdste voorbeelden van Venetiaanse renaissancearchitectuur.
Binnen heeft de leeszaal een plafond met eenentwintig geschilderde tondo's van meesters als Titiaan, Tintoretto en Veronese, met de groteske motieven van Battista Franco. Vroeger lagen de codices hier met kettingen vast aan 38 lessenaars.
De vestibule, bedoeld als schoollokaal, heeft een plafond van Cristoforo Rosa uit 1559. De trap heeft vier koepels met stucwerk van Alessandro Vittoria en fresco's van Battista Franco: Ethiek, Retoriek, Dialectiek en Poëzie.
De collectie telt meer dan een miljoen werken. De kern is gevormd door de Griekse en Latijnse handschriften van kardinaal Bessarion, waaronder de wereldkaart van Fra Mauro en twee beroemde codices van de Ilias. Sinds 1904 zitten kantoren, leeszalen en het grootste deel van de boeken in de nabijgelegen Zecca.
De geschiedenis begint in 1468. Na de val van Constantinopel schonk kardinaal Bessarion, die veel Griekse teksten had gered, ze aan Venetië, «een ander Byzantium», op voorwaarde dat ze voor het publiek toegankelijk zouden zijn.
Venetië deed er bijna zeventig jaar over om het gebouw neer te zetten. De gekozen plek was bezet door vijf herbergen en etenskraampjes, die een voor een weg moesten: de laatste, de Leone, verdween in 1556.
Op 18 december 1545 stortte het gewelf van de nieuwe bibliotheek in. Sansovino gaf de schuld aan de arbeiders, die de stutten te vroeg hadden weggehaald, en aan een galei die met een saluutschot alles had laten trillen. De rechters geloofden hem niet: hij betaalde de schade uit eigen zak.
De gevel met twee verdiepingen arcaden is het paradepaardje: Palladio noemde haar «misschien wel het rijkste en best versierde gebouw» sinds de oudheid. Voor velen is het Sansovino's meesterwerk en een van de geslaagdste voorbeelden van Venetiaanse renaissancearchitectuur.
Binnen heeft de leeszaal een plafond met eenentwintig geschilderde tondo's van meesters als Titiaan, Tintoretto en Veronese, met de groteske motieven van Battista Franco. Vroeger lagen de codices hier met kettingen vast aan 38 lessenaars.
De vestibule, bedoeld als schoollokaal, heeft een plafond van Cristoforo Rosa uit 1559. De trap heeft vier koepels met stucwerk van Alessandro Vittoria en fresco's van Battista Franco: Ethiek, Retoriek, Dialectiek en Poëzie.
De collectie telt meer dan een miljoen werken. De kern is gevormd door de Griekse en Latijnse handschriften van kardinaal Bessarion, waaronder de wereldkaart van Fra Mauro en twee beroemde codices van de Ilias. Sinds 1904 zitten kantoren, leeszalen en het grootste deel van de boeken in de nabijgelegen Zecca.
De geschiedenis begint in 1468. Na de val van Constantinopel schonk kardinaal Bessarion, die veel Griekse teksten had gered, ze aan Venetië, «een ander Byzantium», op voorwaarde dat ze voor het publiek toegankelijk zouden zijn.
Venetië deed er bijna zeventig jaar over om het gebouw neer te zetten. De gekozen plek was bezet door vijf herbergen en etenskraampjes, die een voor een weg moesten: de laatste, de Leone, verdween in 1556.
Op 18 december 1545 stortte het gewelf van de nieuwe bibliotheek in. Sansovino gaf de schuld aan de arbeiders, die de stutten te vroeg hadden weggehaald, en aan een galei die met een saluutschot alles had laten trillen. De rechters geloofden hem niet: hij betaalde de schade uit eigen zak.